






















REPUBLIEK SURINAME
|
|
Sectoren
Mijnbouw
De bauxietsector levert jaarlijks nog steeds 70 procent van de exportwaarde van het land op en 30 procent van het bruto nationaal product. Dat is al decennia lang zo, wat op zich een economisch sterk afhankelijke en daardoor ongezonde situatie markeert. Het geeft onder meer aan dat er te weinig geïnvesteerd is in de industriële sector van het land. Een hachelijke situatie, waarbij verder in het oog moet worden gehouden dat de nu bemijnde gebieden wat bauxiet betreft in de periode 2006-2008 uitgemijnd zullen zijn, en dat er ongeveer 5 jaar nodig is om een nieuwe mijn tot ontwikkeling te brengen. Het kan betekenen dat voor de continuïteit van de bauxietverwerking bauxiet geïmporteerd zal moeten worden uit het buitenland.
BHPBilliton en Alcoa hebben in het verslagjaar een concessieaanvraag bij de regering gedaan voor hetzelfde areaal in West Suriname. Alcoa is verder nog actief in Oost Suriname, ook daar komt nog winbaar bauxiet voor.
Beide bedrijven hebben een lange geschiedenis in Suriname, Alcoa 80 jaar, en BHPBilliton 63 jaar. Zij hebben daarbij een historie van samenwerking opgebouwd, waarbij productie in joint-venture wordt ondernomen. De onderlinge concurrentie betreft de markt voor de afzet van het lokale product en de toegang tot grondstoffen. Binnen de samenwerking brengen de partijen hun eigen specialismen in: Alcoa als raffinaderij en BHPBilliton als grondverzetbedrijf. Beide zijn bekwaam in het beheer van waterhuishoudingssystemen.
Al geruime tijd wordt het publiek in binnen- en buitenland voorgehouden dat Suriname het zeventiende rijkste land van de wereld vormt. Het is niet helemaal duidelijk op grond waarvan die constatering werd gedaan. Waarschijnlijk is een berekening gemaakt van de chemische voorkomens van grondstoffen in het land, en de waarde daarvan per hoofd van de bevolking, er is daarbij echter niet uitgegaan van de verwerkingscapaciteit van deze grondstoffen. Want daar schort nu juist veel aan. Er zijn diverse grondstoffen in kaart gebracht in het land, met naast bauxiet, goud, aardolie ook ijzer, koper en andere. Maar dat op zich levert nog geen productie en nog geen stijging van het bruto nationaal product en van het exportinkomen van het land. Daar is veel meer voor nodig, en niet alleen ook weer een investeringswet die in het verslagjaar het licht zag.
De bauxietmaatschappijen hebben de afgelopen periode veel tijd en energie gestopt in de verdere rationalisering van het bedrijfsgebeuren, wat de nodige reconstructie binnen de bedrijven heeft opgeleverd voor het behoud van hun concurrentiepositie en voor de rechtvaardiging van de nieuwe investeringen die nodig zullen zijn. Dit opent nieuwe bedrijvigheid en goede perspectieven voor de economische ontwikkeling van het land. Een trend die in het verslagjaar ook voor de goudsector kon worden gesignaleerd. De stijging van de goudprijs internationaal tot $300 per ounce en meer heeft de winning van goud in het Gross Rosebelgebied weer actueel gemaakt. Een investering van meer dan $80 miljoen kan binnen afzienbare tijd tot productie van goud leiden. Staatsolie zal binnenkort offshore blokken voor tendering uitgeven. Een volgende hoopgevende ontwikkeling van de nationale economie.
Remmende factoren om van deze ontwikkelingen maximaal profijt te kunnen trekken zijn de bestaande arbeidswetgeving en het ontbreken van een visie op het aantrekken en behoud van hoger kader. Het ontslagdecreet en de Bemiddelingsraad markeren niet een ondernmemingsvriendelijke situatie. De geïnflateerde loonverwachtingen die het gevolg zijn van de exorbitante loonstijgingen van het overheidspersoneel zijn moordend voor de industrie en voor de mijnbouw. Over de hele linie doet zich dit reeds gevoelen, zoals in de visserijsector, houtverwerkingsbedrijven als Bruynzeel, de SML en Surland. Er is geen nationale visie waarmee de heersende problemen in deze en andere bedrijven constructief kunnen worden aangewend tot de verbetering en nadere ontwikkeling ervan.
Die visie ontbreekt ook met betrekking tot de werving van hoger kader in de productiebedrijven. Vele Surinaamse ingenieurs hebben voor het buitenland gekozen en zijn daar productief. Kader behoeft een goede beloning en secundaire voorzieningen om de keuze tussen Suriname en andere landen van de wereld door te kunnen laten slaan naar Suriname. Er is dan ook geen probleem wat de ontwikkelingspotentie van het land betreft. Wel wat de daadwerkelijke invulling betreft met betrekking tot gezonde arbeidsverhoudingen, en een effectief mijnbouw en industrieel beleid om tot effectieve winning en verwerking ervan te komen.
|
|
|